Interpellaties

HIer vind je, in chronologische volgorde, alle interpellaties die onze gemeenteraadsleden Stijn, Evi, Koen en Stéphanie indienden. Je vindt er ook steeds een beknopt antwoord van de bevoegde schepen terug en/of de geluidsopname van het agendapunt.

2019 Januari | Interpellatie Evi Van Camp over basisbereikbaarheid Koningshooikt

Mobiliteit is een thema dat elke burger bezighoudt. Op 18 december 2015 keurde de Vlaamse Regering een ingrijpende hervorming van het mobiliteitsbeleid goed. Het mobiliteitsbeleid moet meer globaal  en meer lokaal worden en het begrip basismobiliteit werd vervangen door basisbereikbaarheid. CD&V wil zijn steentje mee bijdragen aan het debat welke in 2019 cruciale beslissingen moet nemen in functie van deze bereikbaarheid.

Eind 2016 werkte uw college mee aan het proefproject van de vervoersregioraad Mechelen. Door  vervoersregio's te betrekken bij het mobiliteitsbeleid, kunnen lokale besturen er mee voor zorgen dat bussen, trams, deelfietsen en ander collectief vervoer slim op elkaar afgestemd kunnen worden, met aandacht voor alle lokale noden. Ondertussen werden er 15 vervoersregio's samengesteld. Deze hebben een specifieke rol om een betere dienstverlening mogelijk te maken in een systeem met vier netten:

  1. Het treinnet. Treinen blijven de ruggengraat van het openbaar vervoer. Het treinnet wordt georganiseerd door de federale overheid met inspraak van Vlaanderen.
  2. Het kernnet. Bussen en trams verbinden de kernen en bedienen de belangrijkste attractiepolen. De Vlaamse vervoersmaatschappij De Lijn staat in voor de organisatie en bediening. De vervoersregioraden en dus de lokale besturen adviseren hier welke buslijnen uitgebreid of afgebouwd worden.
  3. Het aanvullend net. De Vlaamse Overheid en de vervoersregio's slaan de handen in elkaar om de mobiliteit hierin vorm te geven.
  4. Het vervoer op maat. Tal van lokale en private partners organiseren een vorm van vervoer die inspeelt op een heel particuliere nood. Denk maar aan bedrijven die een pendeldienst organiseren of sociale verenigingen die een busje inleggen en de krachten zouden kunnen bundelen. Het zullen de vervoersregio's zijn die hier de regie in handen krijgen en lokale en/of private spelers vervoer te laten verzorgen.

Vanaf eind 2019 zal de Lijn haar nieuwe dienstregeling concretiseren. Die start - normaal samen met het vervoer op maat - op 13 december 2020. Uw college besliste vorig jaar om aan te sluiten bij de vervoersregio Antwerpen en de Mechelse vervoersregio te verlaten. Lier, maar zeker ook Koningshooikt, hebben echter sterke banden met de Kempen en Mechelen. Denk maar aan de tewerkstelling van o.a. Van Hooi en heel wat schoolgaande jeugd naar de scholen in Waver.

Echter uit de plannen waarover we momenteel beschikken, blijkt dat de lijnen 560 en 561 uit het kernnet geschrapt worden en dat er ook een wijziging zou gebeuren met betrekking tot enkele stadslijnen. Het voorliggende plan bevat sowieso een aantal interessante denkpistes maar creëert tegelijk dus nieuwe problemen. Door het uitstel van de invoeringsdatum tot 2020 is er hopelijk nog ruimte om een aantal keuzes te herbekijken en ook een langere planningshorizon te hanteren.

Naar aanleiding van dit actuele proces, heeft onze fractie volgende vragen:

  1. Klopt het dat de lijnen 560 en 561 zullen verdwijnen? En zullen er ook stadslijnen geschrapt worden? Zo ja de welke?
  2. Welk alternatief zal uw college uitwerken om de bereikbaarheid van verschillende wijken en de verbinding Lier-Koningshooikt-Mechelen te garanderen?
  3. Welk plan van aanpak heeft uw college om de basisbereikbaarheid van Lier en Koningshooikt te verbeteren? Met andere woorden: zal uw college nog een actieve rol opnemen in de vervoersregioraad Mechelen?
  4. Tot dusver wordt het overleg over de plannen van de vervoersregio officieel gevoerd nadat de plannen reeds ver gevorderd zijn. Een draagvlak creëren impliceert echter dat men ook ideeën die nog niet door de vervoersregioraad zijn goedgekeurd, durft voor te leggen en daar een open en eerlijke debat over aangaat met volledige transparantie over de argumenten voor en tegen. De basisbereikbaarheid moet voor meer inspraak zorgen, maar heel veel burgers weten nog van niets, terwijl zij juist de gebruikers zijn. Welke initiatieven zal uw college voorzien om onze inwoners hieromtrent correct te informeren en te betrekken?

Antwoord Schepen Bert Wollants (N-VA)

Er is een voorstel geformuleerd binnen de vervoerregio om deze lijnen te schrappen en deels te laten overnemen door een verbinding Lier-Koningshooikt-Berlaar-Heist-op-den-Berg, een nieuwe lijn Lier-Koningshooikt-Putte en een nieuwe lijn die Lier-Sint-Katelijne-Waver en Mechelen verbindt. Voor wat betreft de stadslijnen formuleerde men het voorstel om lijnen 2 en 3 te schrappen.

Over die wijzigingen is echter nooit een beslissing genomen gelet op het wijzigend inzicht dat de wijzingen in alle vervoersregio’s tegelijk dienden van kracht te worden. Daarbij is het ganse proces tot stilstand gekomen op dat punt.

De proces zal opnieuw kunnen geactiveerd worden met de nieuwe besturen, waarbij sowieso een bespreking zal moeten gebeuren. De regel is immers dat een vervoerregio maar kan beslissen over lijnen die voor meer dan de helft binnen de vervoerregio gesitueerd zijn. Ondertussen is de indeling in vervoerregio’s ernstig gewijzigd. Zoals u zelf aanhaalt is Lier ondertussen deel van de vervoerregio Antwerpen maar zit ook de gemeente Nijlen nu in de vervoerregio Kempen, maken Londerzeel, en Zemst nu deel uit van de vervoerregio Vlaams rand en zit Keerbergen in Leuven.

Dat maakt dat er sowieso voor een aantal lijnen uit het voorstel voor de vervoerregio Mechelen een andere regio bevoegd wordt wat tot een hertekening zal leiden.

Er dient eerst een hertekening te gebeuren van de voorstellen en de opmaak van de voorstellen in de vervoerregio Kempen en Antwerpen.

Wat betreft de vervoerregio Mechelen hebben we steeds aangegeven dat we hierin een actieve rol blijven opnemen en deze met raadgevende stem zullen blijven volgen.

Het is afwachten hoe de nieuwe vervoerregioraad van Mechelen dit dossier zal aanpakken. Voorlopig is het ook wachten op de nieuwe samenstelling om tot een nieuwe vervoerregioraad te komen en het traject verder te zetten. De Antwerpse vervoerregio heeft een traject opgestart met sessies per subregio met een ruimere groep. Daarbij kunnen lokale belangorganisaties, verkeerscommissies, mobiliteitsraden al van bij het begin aanschuiven. Dat is gepland in januari en in maart. Eenmaal die fase voorbij is kunnen mijns inziens verdere stappen worden gezet richting alle inwoners.

U kan de volledige geluidsopname van dit agendapunt hier beluisteren.

2019 April | Interpellatie Evi Van Camp over participatieproject 'Veerkrachtige Dorpen'

Onlangs zag ik op Facebook een foto uit de jaren 70 van ons dorp Koningshooikt passeren. Onze Dorpsstraat is qua uiterlijk letterlijk niet veel veranderd. Wat wel duidelijk veranderd is, is de verkeersdrukte en afnemende dienstverlening (bank, post, groentewinkel…). Ook vrachtwagens rijden te pas en te onpas door onze dorpskern. Daarnaast stel ik vast dat het openbaar vervoer onder druk staat.

Ook neemt het aantal inwoners toe én vergrijst de bevolking. Tegen 2060 verwachten onderzoekers meer dan een verdubbeling van het aantal 80+'ers, voornamelijk op het Vlaamse platteland. Het aantal 60-plussers zal stijgen van 1,4 naar 2,3 miljoen. De vergrijzing brengt een enorme zorgvraag met zich mee waaraan we momenteel niet kunnen voldoen. Ook de infrastructuur, de voetpaden en de fietspaden zijn niet altijd aangepast. Het aantal winkels neemt af. En heel wat 75+’ers leven alleen.

Het zijn slechts enkele uitdagingen waar ons dorp voor staat. Er zijn er nog zoveel meer. Veerkrachtige dorpen kunnen omgaan met deze uitdagingen. De provincie Antwerpen biedt aan alle dorpen een participatietraject aan om net in te zetten op deze veerkracht. Hulshout, Booischot, Schriek, Essen, Groot-Vorst (Laakdal), Schoonbroek (Retie), Essen-centrum, Sint-Jozef-Rijkevorsel en Braken (Wuustwezel) gingen ons al vooraf. Met de methodiek 'Dorpenmonitor' van de Universiteit Antwerpen wordt een analyse gemaakt van onze dorpen. Ook Koningshooikt komt in aanmerking om dit participatietraject te doorlopen. De analyse signaleert voor welke uitdagingen een dorp meer of minder kwetsbaar is, of, met andere woorden, hoe groot de lokale impact van de uitdaging zal zijn.

Op die manier kan een onderbouwde keuze gemaakt worden op welke onderwerpen het verdere traject zich focust. De monitor vormt dus het startpunt van onderbouwd participatie met onze inwoners, het ideaal instrument om Koningshooikt mee veerkrachtig te maken.

Bij deze wil ik volgende vragen stellen:

  • Is het schepencollege op de hoogte van dit participatieproject?
  • Staat het schepencollege open om aan de slag te gaan met de Hooiktenaren om de uitdagingen in Koningshooikt aan te pakken via dit participatietraject?
  • Is het schepencollege bereid om hier budgetten voor uit te trekken:
    • Analyse van dorp (circa 3 maanden: ca. 2500 €)
    • Uitwerken van participatietraject en actieplan (circa 7-9 maanden: ca. 7500 €)
    • Mogelijkheid tot bijkomende ondersteuning om concrete acties uit te werken (kostprijs te bepalen per jaar)

Antwoord Schepen Marleen Vanderpoorten (Open VLD)

Met het project ‘Veerkrachtige dorpen’ wil de provincie samen met lokale besturen peilen naar de verwachtingen van bewoners en samen met hen werk maken van de versterking van de veerkracht van hun dorp. We zijn als stad dit project zeker genegen. Bovendien kadert het in onze vernieuwde aandacht voor participatie en burgerbetrokkenheid die we deze legislatuur willen uitrollen.

Anderzijds lijkt het ons moeilijk om een traject als dit uitsluitend te doorlopen met de bewoners van het dorp Koningshooikt. Lier telt dan misschien maar één ‘dorp’, we hebben daarnaast nog verschillende wijken en buurten waar de bewoners wellicht vergelijkbare bekommernissen delen en wensen hebben. We willen daarom liever rond participatie aan de slag gaan in heel Lier en daarvoor een participatietraject in zijn globaliteit verder uitwerken. Zo denken we er bijvoorbeeld over na om jaarlijks met het bestuur naar alle wijken (waarvan de gebiedsomschrijving nog verder te bekijken is) te trekken om met de bewoners in gesprek te gaan over wat leeft in hun wijk, wat ze als uitdagingen zien en hoe we hier samen aan kunnen werken.

En zoals eerder vanavond reeds gezegd: we willen met het gehele participatieverhaal eerst voldoende goed leren stappen vooraleer we de loopschoenen aanbinden.

U kan de volledige geluidsopname van dit agendapunt hier beluisteren.

2019 Mei | Interpellatie Stijn Coenen i.v.m. bespreking VOKA-memorandum

Via verschillende sociale mediakanalen, kon de Lierenaar vaststellen dat een deel van het schepencollege op 6 mei een ontmoeting had met vertegenwoordigers van VOKA Kamer van koophandel Mechelen-Kempen. In het bericht werd verwezen naar het memorandum en werden volgende topics eruit gelicht: duaal leren, mobiliteit en internationaal ondernemen.

Gezien het belang dat wij allen stellen in de rol van ondernemerschap als een van de belangrijke motoren van een samenleving, ben ik dan ook benieuwd om te weten wat de opvolging van dit gesprek zal zijn.

Graag daarom een antwoord op volgende vragen:

  • Wat was de agenda van deze vergadering? Welke zaken werden specifiek voor Lier besproken?
  • Wat was de conclusie van deze vergadering?
  • Op welke manier wordt dit overleg opgevolgd?

U kan de volledige geluidsopname van dit agendapunt hier beluisteren.

2019 Mei | Interpellatie Stéphanie Van Campenhout i.v.m. gratis wifi in Lier en project 'WiFi4EU'

Eind 2018 lanceerde de Europese Commissie een oproep 'WiFi4EU': het initiatief promoot gratis toegang tot WiFi verschillende gemeenten in Europa. Wie intekende op de oproep kon mogelijk aanspraak maken op een projectsubsidie van € 15.000, waarmee de uitgekozen gemeenten kunnen investeren in de nodige voorzieningen om gratis WiFi aan te bieden.

Met CD&V hebben we dit initiatief vorig jaar in maart, bij reeds de tweede oproep van de Europese Commissie, gesignaleerd bij schepen Wollants, die ons toen liet weten dat men het project zou bestuderen.

Vorige week vernamen we dat een aantal gemeenten in onze provincie (Kasterlee, Rijkevorsel, Vorselaar, Berlaar, Bornem, Bonheiden en Willebroek) deze projectsubsidie binnenhaalden. Eind 2018 waren, na de eerste oproep, ook onder andere Edegem, Kontich en Mortsel reeds bij de gelukkigen.

Daarom leg ik graag de volgende vragen voor:

  1. Heeft Lier na onze eerdere suggestie uiteindelijk ook ingetekend op de projectoproep?
  2. Indien niet, waarom niet?

U kan de volledige geluidsopname van dit agendapunt hier beluisteren.

2019 Mei | Interpellatie Stéphanie Van Campenhout over stand van zaken 'dierenkerkhof'

Op de Commissievergadering van 21 februari 2019 stelde Schepen Pets het Bestuursakkoord voor aan de leden van de Commissie Personeel, Loket, ICT, Burgerlijke stand, Dierenwelzijn en Begraafplaatsen. Onder het puntje Dierenwelzijn werd aangehaald dat men zou bekijken of men in onze stad een dierenkerkhof kan realiseren waar diereneigenaars hun huisdier een laatste rustplaats kunnen geven.

De Schepen gaf toen aan dat dit reeds in onderzoek was en dat we op een volgende commissievergadering meer informatie hieromtrent mochten verwachten.

Aangezien we inmiddels enkele maanden verder zijn, zonder dat er nog een Commissie werd georganiseerd, pols ik graag langs deze weg bij de Schepen:

  • Wat is de stand van zaken van het onderzoek naar de mogelijkheid tot de ontwikkeling van een begraafplaats voor dieren?
  • Wordt enkel de optie van zulk een dierenkerkhof onderzocht of wordt in dit onderzoek ook bekeken of een strooiweide een mogelijkheid kan zijn?

U kan de volledige geluidsopname van dit agendapunt hier beluisteren.

2019 Juni | Interpellatie Stéphanie Van Campenhout i.v.m. evaluatie Pastoriestraat als schoolstraat en fietsstraat Koningshooikt

Van 6 tot en met 29 mei werd, op initiatief van de ouderraad van de basisschool Heilige Familie, de Pastoriestraat ingericht als een schoolstraat, waarbij in de buurt van de school de omgeving voor en na schooltijd werd afgesloten voor alle verkeer, uitgezonderd voor bewoners, garagehouders en natuurlijk voor fietsers en voetgangers. Deze  laatste categorie van fietsers en voetgangers werd daarbij te allen tijde voorrang en doorgang verleend.

Bijgevolg diende ook de verkeerscirculatie in de omgeving aangepast te worden. De buurtbewoners gaven bij de start van de schoolstraat alvast aan niet blij te zijn met  deze aangepaste circulatie.

  • Hoe wordt deze inrichting van de schoolstraat geëvalueerd?
  • Werden (of worden) in de evaluatie ook de buurtbewoners gehoord? Hoe hebben zij dit ervaren?

Hierbij aansluitend vernamen we dat er ook vanuit de Heilig Hartschool in Koningshooikt een vraag aan de stad Lier werd gesteld om te onderzoeken of het mogelijk is om de Schoolstraat als schoolstraat in te richten. Voorlopig heeft men hier echter geen verder nieuws over ontvangen.

  • Kan de Schepen een stand van zaken geven over de eventuele inrichting van de Schoolstraat in Koningshooikt?

U kan de volledige geluidsopname van dit agendapunt hier beluisteren.

2019 Juni | Interpellatie Evi Van Camp m.b.t. vervolgtraject Bouwmeesterscan en toekomstige ruimtelijke visie

Op 6 juni vond de presentatie van het eindrapport van de Bouwmeesterscan door het onderzoeksteam plaats. Ik heb begrepen dat men deze nota nu intern eerst bekijkt om pas in het najaar aan de adviesraden toe te lichten. Persoonlijk vind ik het jammer dat deze scan niet sneller aan de GECORO en de gemeenteraad voorgelegd wordt, aangezien de scan in principe mee als uitgangsbasis gebruikt zal worden om op ruimtelijk en beleidsmatig vlak krijtlijnen uit te zetten. Daarenboven krijgt men een overzicht van potentiële projecten en beleidsmatige ingrepen die cruciaal zijn voor de ruimtelijke transitie.

Daarom zou ik graag het volgende verduidelijkt zien:

  1. Hoe denkt men de bouwmeesterscan verder te implementeren? Zal men de bouwmeesterscan gebruiken om verdere krijtlijnen uit te zetten mbt ruimtelijke visie
    van Lier?
  2. Zal de scan dan vorm krijgen zonder de input van de GECORO, de gemeenteraad en de
    andere adviesraden?
  3. Is de bouwmeesterscan een valabel document als die vorm krijgt achter gesloten deuren? Ik verduidelijk: welke ruimte is er nog voor terugkoppeling en bijsturing? Blijft het bij een theoretische oefening of worden er effectieve strategische projecten gedefinieerd?

U kan de volledige geluidsopname van dit agendapunt hier beluisteren.

2019 Juni | Interpellatie Stijn Coenen i.v.m. aanleg fietspad Aarschotsesteenweg

Het belang van een goede fietsverbinding tussen onze stad en ons dorp is gekend. '#schupindegrond' konden we lezen bij de aankondiging van de werken voor de heraanleg van het fietspad Aarschotsesteenweg.

We zijn nu juni 2019. Onze fractie is benieuwd naar de stand van zaken.

U kan de volledige geluidsopname van dit agendapunt hier beluisteren.

2019 September | Interpellatie Stijn Coenen i.v.m. fietsstraten E. Claeslaan, Galgeveld en Tuinweg

Fietsstraten zijn een budgetvriendelijke, effectieve hefboom om meer mensen op de fiets te krijgen. Het is veiliger voor de fietser zelf en de signaalfunctie richting andere weggebruikers kan niet onderschat worden.

In dat kader - en gevoed door de ontwikkelingen m.b.t. de fietsostrades - bespraken we binnen onze fractie de situatie voor fietsers tussen de wijk Zevenbergen en de Lintsesteenweg. Wanneer we kijken naar de Ernest Claeslaan, Galgeveld en de Tuinweg, zien we dat deze straten heel intens gebruikt worden door fietsers, maar eveneens als sluipweg door personenauto’s. De situatie op dit moment zorgt voor onveilige situaties.

Wij denken dat de Ernest Claeslaan, het Galgeveld en de Tuinweg tot aan de brug van de Ring best fietsstraten worden. Onze vraag aan het College is dan ook of dit kan onderzocht worden, inclusief een bespreking op en advies van de Mobiliteitsraad.

Antwoord Schepen Bert Wollants (N-VA)

Dit kan zeker onderzocht worden, maar ik wil hierbij toch een aantal kanttekeningen meegeven. Wij gebruiken bij de afweging van het al dan niet omvormen tot fietsstraten de aanbevelingen uit het vademecum fietsvoorzieningen. Dezelfde aanbevelingen werden ook overgenomen door fietsberaad Vlaanderen, het kenniscentrum voor fietsbeleid dat hiertoe werd opgericht door de Vlaamse regering in maart 2014.

Een aantal aanbevelingen zijn daarbij zeer relevant voor de vragen van uw fractie. Het gaat daarbij vooral over de manier waarop het concept fietsstraat kan worden toegepast om tot een wenselijke situatie te komen.

  1. Uit de verkeerscirculatie (of het verkeerscirculatieplan) moet blijken dat doorgaand autoverkeer (zonder herkomst/bestemming in de straat) maximaal wordt geweerd; sluipverkeer is niet compatibel met het concept van de fietsstraat;
  2. Geloofwaardigheid van het concept hangt af van het aantal fietsers dat (…) de straat gebruikt. Daarbij wordt ook aangegeven dat het aantal fietsers hoger dient te liggen dan het gemotoriseerde verkeer;
  3. Fietsstraat kan ingevoerd worden in een bebouwde omgeving waar de verblijfsfunctie dominant is;
  4. Fietsstraten hebben best een beperkte lengte, fietsstraten kunnen verlengd worden als het autoverkeer door circulatie-ingrepen wordt onderbroken (door enkelrichting of knippen). Lange fietsstraten waarbij autoverkeer gedurende een heel lange periode achter een fietser dient te blijven, blijkt dit vanaf een bepaalde lengte zeer onrealistisch te zijn.

Deze zaken maken dat de genoemde straten op basis van het vademecum weinig kansrijk zijn als fietsstraten. Er zullen minimaal circulatiemaatregelen nodig zijn waardoor doorgaande autoverkeer wordt geweerd vooraleer fietsstraat een mogelijkheid is. Vaak wordt gedacht dat het invoeren van een fietsstraat er wel voor zal zorgen dat het autoverkeer verdwijnt, maar dat is niet het geval. Het zorgt er zelfs voor dat de afdwingbaarheid zeer laag wordt en het fietscomfort niet kan worden gerealiseerd. Deze zaken werden ook reeds besproken op een mobiliteitsraad bij de intiële vragen tot invoering van fietsstraten. Wanneer de mobiliteitsraad opnieuw samengesteld is, kan uiteraard de kwestie opnieuw op tafel komen.

Wat betreft andere ingrepen zijn er reeds een aantal zaken beslist rond de circulatie in deze omgeving. Zo wensen we op korte termijn over te gaan tot het knippen van de hockeyweg voor doorgaand verkeer, zal de tuinweg bij de aansluiting op de ontsluitingsweg enkel nog voor plaatselijke bedieningen worden gebruikt, is het de bedoeling dat in het kader van de ontwikkeling van de fietsostrade Lier-Antwerpen en de ontsluitingsweg om ook gemotoriseerd vanuit Zevenbergen niet langer via Galgeveld te laten verlopen.

U kan de volledige geluidsopname van dit agendapunt hier beluisteren.

2019 September | Interpellatie Stijn Coenen over verkeerssituatie in Koningshooikt n.a.v. wegenwerken N15

Op 10 september konden we in een krantenartikel lezen dat twee kruispunten op de N15 in Putte heraangelegd worden. Op de website van Agentschap Wegen en Verkeer (https://wegenenverkeer.be/werken/twee-kruispunten-langs-mechelbaan-n15-putte-worden-veiliger) lezen we dat de omleidingen via Koningshooikt (-3,5t) en Lier (+3,5t) verlopen.

Het traject door Koningshooikt (Sander De Vosstraat-Mechelbaan) is nu al een druk traject, met onveilige situaties. Daar komt dus nu voor twee maanden nog het doorgaande verkeer Heist-op-den-Berg - Mechelen bij.

Vanzelfsprekend zijn we niet tegen de wegenwerken: onderhoud en vernieuwingen dienen te gebeuren. We zijn echter benieuwd wat ondernomen wordt om de verkeersveiligheid te waarborgen.

  • Plant men extra controles op snelheid, door het rode licht rijden, etc?
  • Hoe zal men vermijden dat het doorgaand verkeer +3,5t niet de weg door Koningshooikt neemt?
  • Welke andere inspanningen zal men doen om die extra verkeersstroom op een veilige manier door het dorp te laten passeren?

Antwoord Schepen Bert Wollants (N-VA)

Eerst en vooral wil ik even aangeven dat de betrokken aannemer geen signalisatievergunning heeft aangevraagd om dit op deze manier te organiseren. Wij hebben dit ook via de pers moeten vernemen.

De bijkomende controles worden gepland, dienst communicatie heeft contacten gelegd met de verkeersdienst van de politie om  extra controles tijdens deze periode te voorzien.

Het verbodsbord t.h.v. de Sander de Vosstraat en het Koningsplein verbiedt verkeer van meer dan 3,5ton richting Koningsplein en Dorpsstraat. AWV ziet toe op de correcte plaatsing hiervan. Zowel Sander de vosstraat als Mechelbaan hebben vandaag geen tonnagebeperking omdat deze vandaag ook al een rol hebben in het vrachtroutenetwerk. In het signalisatieplan van de aannemer van AWV is voorzien dat de aangewezen route ruim van tevoren op de N10 aangegeven zal worden.

U kan de volledige geluidsopname van dit agendapunt hier beluisteren.

2019 September | Interpellatie Evi Van Camp i.v.m. vervoersregio Mechelen

Mobiliteit is een thema dat elke burger bezighoudt. In januari deed ik reeds een interpellatie over het proefproject van de vervoersregioraad Mechelen waar jullie aan meegewerkt hebben. Vanaf eind 2019 zal de Lijn haar nieuwe dienstregeling concretiseren. Die start – normaal samen met het vervoer op maat – op 13 december 2020.

Uw college besliste vorig jaar om aan te sluiten bij de vervoersregio Antwerpen en de Mechelse vervoersregio te verlaten. Lier, maar zeker ook Koningshooikt, hebben echter sterke banden met de Kempen en Mechelen. Het voorliggende plan bevat sowieso een aantal interessante denkpistes, maar creëert tegelijk nieuwe problemen doordat o.a. de lijnen 560 en 561 uit het kernnet geschrapt zouden worden en enkele wijzigingen zouden gebeuren van enkele stadslijnen. In januari stelde de schepen dat er echter nog niets definitiefs beslist was.

In juli verscheen er een artikel in de krant waaruit nogmaals blijkt dat met de invoering van het decreet Basisbereikbaarheid de vijftien Vlaamse vervoerregio’s - met daarin alle lokale besturen - een stem én een budget krijgen om het openbaar vervoer mee vorm te geven. De Lijn beslist zelf over het kernnet. Het budget voor het aanvullend net (14.931.531 euro) wordt ingezet in overleg met de vervoerregio’s. De vervoersregio mag tenslotte volledig autonoom beslissen over het vervoer op maat (1.115.022 euro). De lokale overheden krijgen op deze manier ook inspraak over de besteding van het budget. De vervoerregio’s krijgen dus krak dezelfde middelen die De Lijn zou besteden aan het aanbod op hun grondgebied.

Naar aanleiding van dit actuele proces, heeft onze fractie volgende vragen:

  1. Is Stad Lier nog betrokken bij de vervoersregio en basisbereikbaarheid Mechelen, en zo ja , op welke manier?
  2. Heeft Stad Lier reeds een alternatief voorgesteld aan de vervoersregio Mechelen om de bereikbaarheid van verschillende wijken en de verbinding Lier-Koningshooikt-Mechelen te garanderen?
  3. Het budget blijft dus in zijn globaliteit identiek. Dat wil zeggen dat voor elke nieuwe verbinding er een andere moet sneuvelen. Welke initiatieven heeft Stad Lier reeds ondernomen om de mobiliteit voor zijn plattelandsbewoners in Koningshooikt te optimaliseren en te garanderen?
  4. Hoe ziet het verdere traject er concreet uit? Wat is de beleidsvisie van onze stad i.f.v. de basisbereikbaarheid?

Antwoord Schepen Bert Wollants (N-VA)

Lier is waarnemend lid van de Vervoerregio Mechelen. Deze vervoerregio heeft nog maar net een doorstart gemaakt. Eerste voorbereidende bespreking van de voorstellen wordt gepland in oktober.

We hebben een voorstel van de Lijn ontvangen voor het budget van de lokale ontsluiting. Met het voor ons beschikbare budget is dit bijna een rechtstreekse verbinding tussen Station-Grote Markt-Veemarkt. We mogen een tegenvoorstel doen, maar elke kilometer die verder gereden wordt, moet de stad betalen. Wat er in de pers verschijnt is dus maar de helft van het verhaal.

Zoals u zelf aangeeft werkt De Lijn met een gesloten enveloppe. Dat wil zeggen dat de middelen over de extra lijnen die voor Koningshooikt gepland worden ergens vandaag komen.

Het debat op dat vlak zal dus gaan over de vraag of die extra mogelijkheden opwegen tegen wat er mogelijk verdwijnt. Dat gaat dan over het potentieel van de opwaardering van lijn 570-571 tot een halfuurverbinding in de spits en een uurverbinding buiten de spits en een nieuwe verbinding tussen Koningshooikt enerzijds en Berlaar/Heist-op-den-Berg anderzijds. Die lijn naar Putte valt onder de bevoegdheid van de vervoerregio Antwerpen, die naar Berlaar en Heist-o/d-Berg valt onder de vervoerregio Mechelen. In de vervoerregio Antwerpen werkt men momenteel nog aan de plannota en nog niet aan de concrete busverbindingen. In Mechelen spreekt men voorlopig eerst op niveau van de mobiliteitsambtenaren, daarna moet dit ook richting vervoerregioraad moeten kunnen gaan.

De visie van de stad is dat we een voorstel met hoogfrequente verbindingen genegen waarbij we de verbinding tussen de wijken en dorp enerzijds en de binnenstad anderzijds willen verbeteren. Daarnaast willen we zoveel mogelijk verbindingen met veel potentieel om personenwagens te vervangen uitbouwen. De kerngedachte van heel het mobiliteitsplan in opmaak (in alle vervoerregio’s) gaat uit van basisbereikbaarheid met het uitgangspunt dat de middelen dienen te worden ingezet zoveel mogelijk mensen te kunnen vervoeren en zo een impact te hebben op bereikbaarheid van de kernen en wagens van de weg te halen.

U kan de volledige geluidsopname van dit agendapunt hier beluisteren.

2019 Oktober | Interpellatie Stéphanie Van Campenhout i.v.m. afsprakensysteem lokale politie

Sinds 1 mei 2019 vraagt onze lokale politie dat mensen die een aangifte willen doen daarvoor een afspraak maken. Op zich is dat geen onlogische aanpak, aangezien men, zoals ook bij het afsprakensysteem van de stad, op die manier lange wachtrijen kan vermijden. 

Wat men hiermee echter uit het oog dreigt te verliezen, is dat het doen van een aangifte ook vaak emotioneel beladen is en men niet even rustig achter de computer gaat zitten om een afspraak te maken. Neen, men wil zo snel mogelijk gehoord en geholpen worden in veel gevallen.

Twee situaties hieromtrent, waarmee ik het probleem wil schetsen.

Eind juli las ik een artikel in de Gazet Van Antwerpen over een uit de hand gelopen ruzie op de rommelmarkt van Berlaar. Los van de feiten en wie wat wel of niet gedaan heeft – want die doen hier niet ter zake - was in het artikel ook te lezen dat de betrokkenen met dit verhaal naar de politie van Lier stapten, maar dat zij werden weggestuurd 'omdat ze geen afspraak hadden'.

Een tweede voorbeeld: iemand stelde op een zondagochtend vast dat zijn nieuwe auto stevig bekrast was. Het betrof een leasewagen, dus was binnen de 24 uur een proces-verbaal van de politie nodig. De persoon in kwestie is meteen tot bij de politie gewandeld, maar werd naar huis gestuurd, omdat hij geen afspraak had. Weer thuis aangekomen, boekte hij online een afspraak en kon zich een halfuur later alsnog aanmelden op het kantoor.

Ik kan héél goed begrijpen dat er zaken zijn die vanuit het oogpunt van de politie niet hoogdringend zijn en ik heb an sich niets tegen het principe van een afsprakensysteem, zeker niet wanneer het om routinematige zaken gaat.

Wat ik wél problematisch vind, is dat het systeem wel heel strikt toegepast wordt en van weinig flexibiliteit getuigt. Ik wil begrijpen dat er in geval twee misschien niet meteen een agent beschikbaar was, maar iemand naar huis sturen om diezelfde persoon een halfuur later opnieuw te zien verschijnen, terwijl men zelf even had kunnen controleren wanneer er een vrij moment was - dan had die persoonlijk waarschijnlijk ter plaatste wel even gewacht – is niet meteen klantvriendelijk. Afhankelijk van de situatie vraag ik me ook af waar de grens tussen een dringende en een niet-dringende aangifte ligt.  

Tot slot: als je met afspraken wil werken, verwacht ik duidelijke communicatie. In de loop van april is in de kranten verschenen dat je vanaf 1 mei een afspraak moet maken, maar niet iedereen leest dat en daar had naar mijn perceptie ook wat meer 'reclame' voor gemaakt mogen worden. Ook als je naar de website van de politie Lier surft, is er op het eerste zicht niets te lezen over het maken van een afspraak en vraagt het wel wat doorklikwerk om daartoe te komen. Dan staat te lezen dat je aangifte kan doen "op ons commissariaat. Voor dringende zaken kan je 24/7 aan ons onthaal terecht. Voor minder dringende zaken moet je een afspraak maken wanneer je aangifte wil doen".

Graag zie ik hierbij de volgende vragen beantwoord:

  1. Het afsprakensysteem is nu bijna een half jaar in voege. Hoe evalueert de politie dit?
  2. Zal er iets ondernomen worden om dit systeem beter kenbaar te maken bij onze inwoners?
  3. Waar ligt voor de politie de grens tussen een dringende en een niet-dringende aangifte? En in welke mate is er ruimte voor flexibiliteit, afhankelijk van de context van het moment?

Antwoord Burgemeester Frank Boogaerts (N-VA)

Het is inderdaad zo dat de lokale politie Lier nu ongeveer een half jaar op afspraak werkt. Het systeem wordt als positief geëvalueerd. Het is wellicht aangewezen om te verduidelijken waarom er net zoals inmiddels bij vele andere politiezones op afspraak gewerkt wordt.

De onthaalfunctie bij de lokale politie is naast interventie, wijkwerking, recherche, slachtofferbejegening, verkeer en openbare orde een zogenaamde “basisfunctionaliteit” zoals omschreven in de omzendbrief PLP 10 van 09 oktober 2001. Het betreft dus één van de taken die in elk lokaal politiekorps voorzien moeten worden. Wat betreft de modaliteiten hiervan vermeldt de omzendbrief dat dit onthaal minimum 12 uren per dag geopend moet zijn. In Lier hebben we er steeds voor gekozen om het onthaal bij de politie 24/24 en 7/7 open te houden.

Dit is zeker niet zo in alle politiekorpsen. Wanneer men buiten de kantooruren in de regio een politiekantoor wil open vinden dan kan men naast Lier bijvoorbeeld enkel terecht in Mechelen, Edegem, Brecht of Mortsel.

Deze realiteit heeft er voor gezorgd dat er een soort van aanzuigeffect ontstaan is waardoor het onthaal in Lier geconfronteerd werd met aangiften van burgers uit de zeer wijde omgeving wiens commissariaat in hun eigen woonplaats gesloten was.

Daarnaast kunnen we er niet omheen dat deze onthaalfunctie sedert 2001 sterk uitgebreid is. De onthaalmedewerker, ook wel planton genoemd zorgt niet alleen voor de eerste ontvangst van bezoekers aan het gebouw – en ook hier is sedert enkele jaren met de terreurdreiging wel iets meer werk aan – maar bedient daarnaast ook de telefooncentrale, staat in voor het radiofonisch contact met de ploegen op het terrein, doet de redactie van het proces-verbaal bij een aangifte ten burele, bedient het netwerk van bewakingscamera’s in de stad bij melding van een incident, houdt de monitors in het oog van het cellencomplex wanneer er een of meerdere personen in verblijven enz…

Deze twee zaken ( aanzuigeffect en toenemende taken) hebben gezorgd voor een sterke toename van de werkdruk bij de plantons.

Men zou dan in eerste instantie kunnen denken aan het uitbreiden van deze onthaalfunctie met een tweede medewerker, maar als u weet dat men om één medewerker 24/24 en 7/7 extra in te zetten, 7 extra medewerkers moet hebben, is de rekening snel gemaakt, denk ik.

Om het werk van deze plantons meer beheersbaar te maken, omdat er inmiddels meerdere zowel grote als kleine zones ( Geel, Turnhout, Antwerpen, Ranst…) begonnen waren met op afspraak te werken en omdat dit daar positief geëvalueerd werd, besloten we om ook in Lier met dit systeem te werken.

Werken op afspraak maakt dit werk beter planbaar, de wachttijden voor de burger op het commissariaat worden kleiner en de aangiften verlopen vlotter omdat er bijvoorbeeld ook in de afsprakenmodule wordt vermeld welke gegevens je moet meebrengen voor een bepaalde aangifte, terwijl dit vroeger al eens zorgde voor extra heen- en weer geloop wanneer men deze gegevens niet bij had.

In de meeste andere zones werd het systeem van werken op afspraak bovendien gecombineerd met een sluiting van het commissariaat tussen bijvoorbeeld 20 uur en 8 uur. Bij een dringende aangifte dient men daar gebruik te maken van een muurtelefoon waardoor men terecht komt bij de dispatching van de federale politie in Antwerpen waar men dan zal beslissen of er al dan niet een interventieploeg wordt langs gestuurd.

In Lier hebben we hier vooraf uitgebreid over gepraat met de onthaalmedewerkers en hebben we besloten dit niet te doen en wel om de reden die u zelf in uw interpellatie vermeldt. Het is inderdaad zo dat sommige klachten of aangiften sterk emotioneel beladen zijn en dat een boodschap aan de telefoon dit niet steeds kan vatten.

Daarom hebben we er voor gekozen om het onthaal toch steeds open te houden. De planton zal dan geval per geval kunnen beoordelen. Indien het inderdaad om zeer gevoelige zaken gaat, zoals intrafamiliaal geweld, zedenmisdrijven, andere misdrijven tegen de lichamelijke integriteit, zal alsnog de aangifte onmiddellijk worden opgenomen en zal daartoe eventueel een interventieploeg op het terrein worden terug geroepen om hierbij te helpen.

Nu even over de twee concrete gevallen die u aanhaalt in uw interpellatie.

Het is inderdaad zo dat in een artikel in de krant eind juli werd vermeld dat betrokkenen zich hadden aangemeld bij de politie Lier maar dat ze werden weg gestuurd omdat ze geen afspraak hadden. De feiten zijn echter enigszins anders. De rommelmarkt in kwestie was op een zondag in Berlaar. De betrokkenen hadden daar een discussie gehad met de verantwoordelijken van deze rommelmarkt. Zij wilden hiervoor naar het politiekantoor gaan. Het onthaal van de politiezone Berlaar-Nijlen is echter gesloten op zondag.

Omdat dit volgens de daarjuist genoemde omzendbrief PLP10 niet kan, heeft de politiezone Berlaar-Nijlen een protocol met zowel de politiezone Lier als de politiezone Heist dat personen voor dringende aangiften in Lier of Heist terecht kunnen. Het protocol vermeldt letterlijk : "Aan het centraal onthaalpunt te Nijlen en het contactpunt te Berlaar wordt de vermelding aangebracht dat burgers zich kunnen aanmelden op het onthaalpunt van de politiezone Heist of de politiezone Lier. Voor niet dringende aangiften worden zij verwezen naar het onthaal op de werkdagen. Voor dringende politiehulp worden zij verzocht om gebruik te maken van de muurtelefoon."

Betrokkenen hebben zich dan naar Lier begeven, maar werden omdat dit geen dringende aangifte betrof verzocht om aangifte te doen tijdens de kantooruren in Berlaar zoals het protocol vermeldt.

Betrokkenen hebben zich dan echter terug naar de rommelmarkt in Berlaar begeven en daarop zijn de feiten gebeurd die nadien in de media zijn opgedoken.

Omwille van de melding in de media werden daags nadien de camerabeelden van de aanwezigheid van betrokkenen aan het onthaal in Lier door de korpschef en het diensthoofd onthaal/interventie bekeken en werden de medewerkers die op dat ogenblik op dienst waren hierover bevraagd. Op de beelden is duidelijk te zien dat het om een rustig gesprek ging in de ontvangstruimte en dat betrokkenen na dit gesprek van enkele minuten in alle rust vertrokken zijn. Nogmaals de feiten die in de media kwamen, waren toen nog niet gebeurd! Van deze feiten werd daags nadien proces-verbaal opgesteld door de politie Berlaar-Nijlen.

Wat het tweede geval betreft. Dit gaat blijkbaar om een aangifte van beschadigingen. Dit wordt niet als een dringende aangifte beschouwd. Het is dan ook normaal dat hiervoor een afspraak gemaakt moet worden. Het kan natuurlijk vreemd lijken dat men dan naar huis wordt gestuurd en men dan toch voor even later een afspraak kan maken. Het kan echter best zijn dat men op het ogenblik dat betrokkene aankwam op het commissariaat reeds bezig was met een andere aangifte ( het lokaal waar men dan plaats neemt is aan het zicht onttrokken, men kan dit dus niet zien wanneer men aan de balie staat) of dat er enkele minuten later een andere afspraak was. Het zou dan ook niet logisch zijn om de persoon die wel een afspraak had, te laten wachten voor iemand die er geen had.

Ik ben niet op de hoogte van de juiste omstandigheden van dit geval, maar denk dat indien betrokkene had gevraagd om voor hem een afspraak te maken, men dit ook wel gedaan zou hebben.

Dit kan misschien overkomen als weinig flexibel maar u moet begrijpen dat indien we voor àlles uitzonderingen gaan maken, we het systeem even goed kunnen opdoeken.

De flexibiliteit bevindt zich zoals ik daarjuist zei in de beoordeling van het emotionele aspect van de zaak.

Over het werken op afspraak werd zoals u aanhaalt in de loop van april bericht in de kranten maar bijvoorbeeld ook in de Peperbus. De ervaring leert echter dat dit soort berichtgeving bij de meeste mensen niet echt blijft hangen. Het is pas wanneer men de politie nodig heeft dat men deze informatie belangrijk vindt.

Ik betwist uw opmerking dat er op het eerste zicht niets te lezen is over het maken van een afspraak op de website van de politie en dat dit wel wat doorklikwerk vraagt.

Op de startpagina van de lokale politie Lier vindt je onderaan een rubriek “Aangifte”.

Daar staat : “Ben je het slachtoffer van een misdrijf? Aarzel dan niet om aangifte te doen! Maak hier een afspraak wanneer je een aangifte wil doen. Voor dingende zaken kan je 24/7 aan ons onthaal terecht. Daaronder staat een duidelijke “Doe aangifte”. Wanneer je daar op klikt kom je terecht op een pagina waarop vermeld wordt welke mogelijkheden er allemaal zijn om een zaak aan te melden, naargelang het geval. Om nog even terug te komen op de zaak van de beschadigingen aan het voertuig, daarvoor kan men zelfs online een aangifte doen en is een afspraak op kantoor facultatief.

Wanneer je rechtstreeks op het woord “afspraak” klikt kom je dadelijk op de hoofdpagina van het afsprakensysteem terecht waar je een keuze kan maken uit een aantal misdrijven waarbij voor een aantal van deze misdrijven verdere info wordt gegeven ( over wat je bijvoorbeeld moet meebrengen). Als je dan klikt op het misdrijf waarvoor je aangifte wil doen, kom je in de tijdtabel terecht om een afspraak te maken.

Ik denk dat ik hiermee op de vragen geantwoord heb, maar overloop nog even:

  1. Na een half jaar wordt het afsprakensysteem als positief ervaren. Het zorgt in elk geval voor een betere spreiding van de werkdruk en wordt bijgestuurd waar en wanneer nodig.
  2. Er kan altijd overwogen worden om dit nogmaals onder de aandacht te brengen van de inwoners, maar zoals gezegd leert de ervaring dat dit soort informatie niet steeds blijft hangen.
  3. De flexibiliteit bevindt zich vooral in de beoordeling van de emotionele context. Men kan niet voor alles uitzonderingen maken.

U kan de volledige geluidsopname van dit agendapunt hier beluisteren.

2019 Oktober | Interpellatie Evi Van Camp i.v.m. beheer bermen en sneeuwvrij maken wegen

Afgelopen zomer stelden we vast dat het maaien van de bermen zeer laat is gebeurd op sommige plaatsen. Distels, sint–jacobskruiskruid, kregen zo voldoende tijd om zaden te verspreiden. Deze onkruiden zijn zeer nadelig en zelfs giftig voor het graslandbeheer. Daarenboven leidt dit ook soms tot gevaarlijks situaties vooral voor onze zwakkere weggebruikers.

Achteraf bleek dat er wat problemen waren met de machines om zo een goede opvolging te kunnen garanderen.

Ik had daarom graag geweten:

  1. Waarom werden er geen alternatieven bekeken om de bermen tijdig te maaien?
  2. Kunnen landbouwers hier geen rol in opnemen?
  3. Ook m.b.t. het ijs- en sneeuwvrij maken zouden ze een belangrijke rol kunnen vervullen. Wanneer men van verschillende plekken kan vertrekken, krijgt men sneller alles gedaan.
  4. In welke mate werd/wordt de polder nog betrokken? In het verleden leverden zij immers een zeer waardevolle bijdrage in het onderhoud van de bermen.
  5. Hoe zal men in de toekomst vermijden dat nadelige zaden zich kunnen verspreiden en vermenigvuldigen?

Antwoord Schepen Bert Wollants (N-VA)

Het Bermbesluit, een uitvoeringsbesluit bij de Wet op het Natuurbehoud, bepaalt wanneer er gemaaid mag worden. Het is van toepassing op de bermen gelegen langs wegen, waterlopen en spoorwegen, in zoverre zij beheerd worden door publiekrechtelijke rechtspersonen. Het Bermbesluit bepaalt dat bermen niet vóór 15 juni gemaaid mogen worden. Een eventuele tweede maaibeurt mag slechts uitgevoerd worden na 15 september. Het bermenmaaiplan van de stad is opgesplitst in twee toeren : één toer voor de grote bermenmaaier en één toer voor de kleine bermenmaaier. De eerste maaibeurt loopt tot half augustus. De tweede maaibeurt loopt tot einde oktober.

Kunnen landbouwers hier geen rol in opnemen? Voor ijs- en sneeuwvrij houden van gemeentewegen heeft de stad een eigen strooiplan en gespecialiseerde voertuigen. Voor het strooien van fietspaden is in november 2018 een prijsofferte uitgeschreven. Hiervoor is ook Werkers (tuin- en landbouwbedrijven) aangeschreven . Zij hebben evenwel geantwoord dat ‘Het is ons echter niet gelukt om op deze korte tijdspanne nog iemand te vinden die hiervoor is uitgerust, waardoor we met een andere partner in zee zijn gegaan.

De Polder van Lier maait voor de eerste maaibeurt de vegetatie rond alle obstakels en bomen. Het voormaaien bij de tweede maaibeurt is afhankelijk van de eigen najaarswerken van de polder, meer bepaald het onderhoud van de poldergrachten.

De startdatum voor het bermen maaien ligt vast in het Bermbesluit. We kunnen dus niet vroeger starten met deze werkzaamheden. De stad mag bovendien geen pesticiden gebruiken voor het bestrijden van onkruid. Wat betreft het bestrijden van distels, deze verplichting bestaat niet meer, voor sint-jacobskruiskruid bestaat geen verdelgingsplicht. Deze plant is bovendien een waardplant voor veel verschillende insecten (sint-jacobsvlinder, duinzijdebij, zaadvlieg, …) en mag dus niet selectief bestreden worden omwille van de biodiversiteit.

U kan de volledige geluidsopname van dit agendapunt hier beluisteren.

2019 Oktober | Interpellatie Koen Breugelmans i.v.m. Seniorenfeest

Sinds 2009 vindt jaarlijks in het najaar het Seniorenfeest plaats. Inwoners die dat jaar hun 60ste, 70ste, 80ste of 90ste verjaardag vieren worden door het stadsbestuur in de bloemetjes gezet. Het evenement bestond aanvankelijk uit een luik informatiemarkt en een luik entertainment en ontmoeting. In de loop der jaren is er wat aan de formule gesleuteld, maar de opkomst bleef op peil. Jaarlijks tekenden enkele honderden senioren present op dit feest. De samenwerking met de Seniorenraad verliep - zeker in de beginperiode en voor zover ik kan oordelen ook nadien - optimaal.

Vandaag bereiken ons berichten dat het Seniorenfeest dit jaar niet zal plaatsvinden. Dit tegenstaande er blijkbaar eerder dit jaar in de Seniorenraad reeds een datum voor dit jaar werd vooropgesteld: 17 oktober.

Graag had ik dan ook vernomen:

  1. Klopt het dat het Seniorenfeest in 2019 niet zal plaatsvinden?
  2. Wat heeft aan de grondslag gelegen van deze beslissing?
  3. Verdwijnt het Seniorenfeest definitief van de kalender?
  4. Zoniet, worden de jarigen van 2019 alsnog later uitgenodigd op een gelijkaardige viering?

Antwoord Schepen Annemie Goris (N-VA)

  1. Neen, dit klopt niet. Het zal wel wel in een andere vorm en concept plaatsvinden;
  2. Door de langdurige afwezigheid van onze seniorenconsulent waren we genoodzaakt om keuzes te maken rond inzet van medewerkers: er is gekozen voor kerntaken zoals ondersteuning seniorenraad en Lokale Adviesraad Toegankelijkheid. Daarnaast werden een aantal gemaakte afspraken voor afwezigheid opgenomen (bijv. ook rond dementie);
  3. Dat is absoluut niet de bedoeling;
  4. Cfr. beslissing van college van burgemeester en schepenen van 21/10/2019 zal het seniorenfeest georganiseerd worden door seniorenraad en naar alle waarschijnlijkheid plaatsvinden in de eerste helft van december 2019 in het Hof van Aragon.

U kan de volledige geluidsopname van dit agendapunt hier beluisteren.

2019 November | Interpellatie Stijn Coenen i.v.m. addendum dading Normaalschool

Op de gemeenteraad in juni lag een bijakte voor ter aanpassing van de PPS Normaalschool. Die omvatte de verkleining van de ondergrondse parking n.a.v. de verhoging van de kostprijs voor de uitvoering van de archeologische opgravingen.

Deze bijakte moest ook vertaald worden in een addendum bij de dadingsovereenkomst met de buurtbewoners. Dat zou volgens de schepen geen probleem zijn, want het was reeds overlegd. De meerderheid ging niet akkoord met het voorstel van de oppositie om de bijakte voorwaardelijk goed te keuren en zo de dialoog met de buurtbewoners te respecteren.

Wat blijkt nu? Het is november en er is nog geen akkoord met de ondertekenaars van de oorspronkelijke dadingsovereenkomst.

Daarom wil onze fractie graag weten:

  • Wat is de stand van zaken om tot het noodzakelijke akkoord met de buurtbewoners te komen?
  • De buurtbewoners hebben u al sinds de eerste overlegmomenten m.b.t. deze aanpassing in februari 2019 duidelijk gemaakt welke verwachtingen ze hebben. Die komen overeen met de principes van de oorspronkelijke dadingsovereenkomst. Welke garanties zal u hen geven? We zijn dan vooral benieuwd naar de engagementen die de stad zal nemen om de parkeerdruk voor de buurt te verlagen.

Antwoord Schepen Bert Wollants (N-VA)

Er werd nog geen akkoord bekomen. Zolang we in onderhandeling zijn met de buurt, lijkt het ons niet mogelijk om hier mee te delen welke engagementen wel of niet worden genomen. Dat lijkt ons net het voorwerp uit te maken van deze gesprekken.

U kan de volledige geluidsopname van dit agendapunt hier beluisteren.

2019 November | Interpellatie Stijn Coenen i.v.m. communicatie omtrent mobiliteit

Het afgelopen jaar werd op verschillende manieren gecommuniceerd met de inwoners over de mobiliteitsplannen van het stadsbestuur. Deze communicatie verloopt héél verschillend: via folders, website, sociale media of buurtvergadering en in de gemeenteraad. Vanzelfsprekend vinden wij het goed dat er naar oplossingen wordt gezocht en dat hierover gecommuniceerd wordt.

Het is evident dat dit verwachtingen schept en dat onze inwoners opvolging verwachten. Het is precies daar dat het schoentje knelt. Ik geef een aantal voorbeelden van het afgelopen jaar:

  1. 6 november 2018: Bewonersoverleg verkeer tussen Lintsesteenweg en Mechelsesteenweg, enkele scenario’s worden geschetst;
  2. 9 april 2019: Gemeenteraad met een mondelinge vraag van Tom Claes m.b.t. de verkeerssituatie op Kloosterheide (en heel wat mails vanuit het buurtcomité ter ondersteuning. Uw antwoord: "het probleem moet breder uitgeklaard worden";
  3. 23 september 2019: Gemeenteraad met de interpellatie van mezelf rond de verkeerssituatie in Koningshooikt. Na een plaatsbezoek aan het kruispunt 'Sterreke' zou een bewonersvergadering worden ingepland.

Het zijn maar enkele voorbeelden. We worden hier  als raadsleden op aangesproken omdat opvolging uitblijft. Om met dezelfde voorbeelden verder te gaan:

  1. De buurt heeft geen idee wat er nadien met de feedback en de scenario’s is gebeurd. Het probleem is niet vanzelf verdwenen;
  2. Voor een bredere uitklaring is overleg met Nijlen aangewezen. Hier werd nog geen initiatief in genomen;
  3. Nog geen bewonersvergadering gepland, na het plaatsbezoek op 24 oktober.

We kijken dan ook uit naar het engagement van de meerderheid om bestuurskracht te tonen in de toekomst, open en transparant te communiceren met de inwoners én meer terug te koppelen.

Antwoord Schepen Bert Wollants (N-VA)

Deze dossiers zijn wat ons betreft allen nog lopende. Vaak gaat dit over zaken die nog verder moeten uitgeklaard worden zowel intern als extern. Daarbij komt dat de bezetting van de dienst mobiliteit maakt dat dit soort zaken nu eenmaal tijd vraagt. De concrete oplossing die dienen voort te vloeien uit de verschillende processen wordt na een dergelijke bewonersvergadering ook vaak moeilijker dan makkelijker. Als het draagvlak groot is, kunnen zo’n dingen soms sneller gaan.

Een aantal voorbeelden:

  • Kammenstraat: oorspronkelijke klachten van de bewoners over sluipverkeer in 2008, waarna een bord plaatselijk verkeer wordt gezet. In maart 2017 komen er nieuwe klachten omdat deze oplossing geen soelaas biedt, nog verergerd door snel rijdende voertuigen uit de overliggende garage. Bewonersoverleg heeft plaatsgevonden in juni en werd onmiddellijk een ruim draagvlak gevonden om de straat te knippen. Werd uitgevoerd in juli 2017;
  • Berlaarsesteenweg: buitenbocht van de Berlaarsesteenweg. Vraag van bewoner tot herinrichting in april 2015. Bewonersvergadering december 2015 waar op de vergadering de bewoners verschillende aanpassingen doen aan het voorstel, maar waar vrij snel een akkoord was tussen de bewoners. Eerste helft van 2016 ook uitgevoerd;
  • Kromme Ham: eerste klachten in februari 2002, schepencollege beslist in 2003 om af te sluiten maar zonder uit te voeren, in mei 2005 komt er een bewonersvergadering omwille van onenigheid in de buurt en schepencollege beslist in juni 2005 opnieuw om af te sluiten. Klachten blijven aanhouden en in juni 2013 beslist schepencollege opnieuw om af te sluiten, wat dan met de werken Torenvenstraat in 2015 ook werd uitgevoerd.

Dat zijn drie voorbeelden die aangeven hoe zo’n dossier soms kan lopen. En veel hangt inderdaad af van het feit of er een draagvlak kan worden gecreëerd en in welke zin. Dat maakt dat sommige dingen vlot vooruit gaan en andere zaken langer duren om tot resultaat te komen.

Om dan in te gaan op een aantal dossiers die op dat vlak de afgelopen jaren hebben gespeeld en de bijbehorende stand van zaken:

  • Bus Zevenbergen: klachten over busverkeer in de wijk en omliggende straten. Bewonersvergadering levert absoluut geen draagvlak op om iets te veranderen: dossier is afgesloten;
  • Blauwe zone Mechelpoort: in januari 2017 klachten, bewonersvergadering in maart met heel veel voorstanders, werd ingevoerd in oktober 2017;
  • Eenrichtingsverkeer Senthout: langlopende klachten, bewonersvergadering in 2017 rond heraanleg waar verkeer werd meegenomen. Uitvoering bij de heraanleg;
  • Blauwe zone Koningshooikt: bewonersvergadering in maart 2018, heel verschillende insteken uit de buurt met een bijzonder onduidelijke uitspraak. Piste om klein deel toch uit te breiden wordt verder besproken;
  • Schoolstraat Pastoriestraat: overleg bewoners heeft plaatsgevonden in navolging van eerdere bewonersvergadering rond de heraanleg. Dossier wordt verder voorbereid om opnieuw met school en bewoners te bespreken;
  • Fietsstraat Spuilei: voorgelegd aan bewoners, opmerkingen vanuit de situatie rond Wallenhof. Wordt verder uitgewerkt;
  • Leike: vraag naar invoering van eenrichtingsverkeer, waarvoor duidelijk geen draagvlak bestond. Deze zaak wordt wellicht afgesloten zonder verder gevolg.

Dan komen we bij de drie dossiers die u heeft aangehaald:

  • Wijk tussen Mechelsesteenweg en Lintsesteenweg: zijn concrete oplossingspistes uitgewerkt die ook werden doorgesproken met de mobiliteitsraad. Daaruit blijkt dat er zeer weinig overeenstemming is tussen de verschillende bewoners. Er zijn nadien nog tellingen uitgevoerd om deelproblemen verder in kaart te brengen. Op basis daarvan zal een voorstel worden voorgelegd aan de buurt. Of daarvoor een draagvlak bestaat is niet geheel zeker;
  • Kloosterheide: dit is eigenlijk een uitvloeisel van de discussie rond de Kromme Ham. In dit kader werden door de provincie een aantal tellingen uitgevoerd i.f.v. de fietsostrades. Er werden ook op andere plekken nog tellingen uitgevoerd, die echter niet tot gewenste resultaat leidden, waardoor deze wellicht moeten overgedaan worden. De mobiliteitsraad heeft zich hier ook reeds over uitgesproken. Gezien het bestuursakkoord ook de uitbreiding van zone 30 bekijkt en er in die wijk wel aanleiding is om een aantal zaken tegen het licht te houden, wordt dat momenteel mee geïntegreerd. De opmerking over Nijlen, volg ik niet helemaal. De gesprekken over o.a. de fietsostrades met provincie en met infrabel over de overwegen, moeten daar sowieso aan vooraf gaan om met alle gegevens op tafel met de bewoners te - kunnen spreken. Die gesprekken lopen momenteel volop;
  • Beekstraat: voor de Beekstraat is er een observatie geweest in de straat op 26 september in de avondschoolspits, op 24 oktober in de ochtendspits aan het sterreke, op 5 november in de ochtendspits ter hoogte van het kruispunt met de ‘kleine Mechelbaan’, en de afgelopen week nog een avondschoolspits aan’t sterreke. Op basis daarvan wordt nu overlegd met SKW of een aanpassing daar tot resultaat kan leiden. Maar de observaties zijn op dat vlak niet onmiddellijk hoopgevend. Dat is wel info die we nodig hebben voor die bewonersvergadering. Als we meer duidelijkheid hebben van Katelijne, kan de bewonersvergadering ingepland worden.

Had ik graag op een aantal van die zaken veel meer vooruitgang geboekt? Wees maar zeker. Maar we lopen af en toe op uitdagingen die de mogelijke oplossingen minstens schaars maken en soms de zaken laten vastlopen. Maar u haalt terecht aan dat we voldoende aandacht moeten hebben om ook aan de bewoners te communiceren in welke fase dergelijke kwesties zitten en wanneer ze definitief worden gesloten of on hold gezet.

U kan de volledige geluidsopname van dit agendapunt hier beluisteren.

2020 Januari | Interpellatie Stijn Coenen i.v.m. stand van zaken project 'Normaalschool'

Het is ondertussen januari 2020. Onze fractie vraagt zich af wat de stand van zaken is van het project 'Normaalschool'. Op basis van de laatste informatie uit de Raad van Bestuur van SOLag en input vanuit de buurt begrijpen we immers dat er nog geen akkoord is met de buurt. Daarnaast liggen de werken ook al maanden stil.

Onze fractie had graag een antwoord op volgende vragen.

  1. Is er nog een overleg gepland?
  2. Wat zijn de consequenties van de huidige situatie?
    • Naar budget?
    • Naar timing?

Antwoord schepen Bert Wollants (N-VA)

Het college zal het dadingcomité uitnodigen om hun verwachtingen toe te lichten. Voor het project zelf zijn al een heel aantal aanpassingen gebeurd aan de plannen. Momenteel gaan de verzuchtingen vooral over zaken die geen rechtstreekse link meer hebben met de bouw van het project maar eerder handelen over andere verzuchtingen die leven in de buurt.

Doordat de werken niet kunnen opgestart worden, stijgt de bouwkost omwille van de toepassing van de prijsherzieningen. De start van de werken was voorzien in september 2019, maar liggen momenteel voor onbepaalde tijd stil.

U kan de volledige geluidsopname van dit agendapunt hier beluisteren.

2020 Januari | Interpellatie Evi Van Camp i.v.m. de Grote Grondvraag

Tegen 2036 moet de sanering van alle historisch verontreinigde gronden gestart zijn. Omdat de kosten van sanering hoog kunnen oplopen, is het zeer interessant dat elke burger op de hoogte is welke percelen eventueel risico kunnen lopen.

Hoe gezond is uw grond? Dat onderzoekt De Grote Grondvraag. Een heel aantal gemeenten hebben deze inventaris reeds
gemaakt en het resultaat daarvan kan je online vinden: https://www.degrotegrondvraag.be/

Samen met OVAM brengen gemeenten in kaart welke gronden gezond zijn en welke niet. Want het zijn de verontreinigde gronden die men wil opsporen en saneren. Samen kan men zo elke vierkante meter grond in Vlaanderen weer gezond maken.

Daarom had ik graag geweten:

  • Wanneer zullen Lier en Koningshooikt instappen in de Grote Grondvraag, aangezien
    dit momenteel nog een blinde vlek op de kaart is?
  • Het initiatief om gronden als risicovol aan te duiden ligt bij de gemeente/stad. Hoe zal
    men hier te werk gaan in Lier en Koningshooikt?
  • Hoe zal men burgers op de hoogte brengen van dit initiatief zodat men hier op kan
    reageren wanneer de eigenaar denkt dat de aanduiding onterecht blijkt te zijn?
  • Hoe zal men dit administratief organiseren?

Antwoord schepen Walter Grootaers (Open VLD)

  • De vraag is op 20/01/2020 geagendeerd op het College van Burgemeester en Schepenen. Op het moment dat dit goedgekeurd is, zal de Dienst Leefmilieu deze beslissing bezorgen aan OVAM zodat ook de gegevens voor Lier en Koningshooikt vrijgegeven worden.
  • Deze beoordeling is reeds gemaakt. De aanduiding van risicovolle gronden gebeurd in hoofdzaak op basis van afgeleverde vergunningen. In het Vlarebo zijn er risico-codes toegekend aan de geldende rubrieken enerzijds en aan historische rubrieken anderzijds. Op basis van alle vergunningen, zowel gemeentelijke als provinciale zijn alle risicogronden in kaart gebracht. OVAM heeft een prioritering aan deze gronden gegeven op basis van:
    • Historisch risico of een risico ontstaan na invoering van Vlarebo. Nieuwe inbreuken hebben prioriteit t.o.v. historische verontreinigingen.
    • De ernstfactor (risico-code)
      • A – om de 20 jaar of bij sluiting, overdracht of faillissement moet een oriënterend bodemonderzoek uitgevoerd worden;
      • B – om de 10 jaar of bij sluiting, overdracht of faillissement moet een oriënterend bodemonderzoek uitgevoerd worden;
      • O – bij sluiting, overdracht of faillissement moet een oriënterend bodemonderzoek uitgevoerd worden.
    • Een tweede reden waarom een perceel toegevoegd kan zijn aan de lijst van risicogronden is doordat er een calamiteit heeft plaatsgevonden: Lek in mazouttank, opslag gevaarlijk afval, voertuigaccident, asbestbrand... Deze informatie krijgen de mensen nu ook reeds op enerzijds het stedenbouwkundig uittreksel (Stad) en anderzijds het bodemattest (OVAM) als een grond verkocht wordt. Het grote verschil is dat de informatie nu door iedereen online geraadpleegd kan worden.
  • Als er deelgenomen wordt aan de Grote Grondvraag zal dit in de Peperbus en op de website verschijnen. Men kan, net zoals dat tot nu toe ook het geval was, per mail reageren naar de dienst leefmilieu. Op vraag van de eigenaar of vaak op vraag van milieu-adviserend bedrijf zullen de vergunningen die van toepassing zijn opgevraagd worden in het archief. De burger is zelf aansprakelijk om een schriftelijke verdediging op te stellen om de schrapping aan te vragen. In praktijk is het verweer meestal gebaseerd op:
    • De vergunning is van toepassing op meerdere percelen, maar de risico-activiteiten waren maar op één perceel van toepassing (bvb WKK bij tuinbouwbedrijf, woonhuis, akkerland – enkel op het perceel met de WKK is een risico-activiteit van toepassing, de vraag is om het woonhuis en de akkerlanden te schrappen);
    • Het gaat om een historische vervuiling waarvan de exacte locatie onduidelijk is;
    • Het gaat om een verkeerde intekening door de intekening van de verschillende kadasterplannen.
  • Administratief verandert er niets aan de huidige werking. Het enige verschil is dat men deze informatie nu ten allen tijde kan opzoeken en niet enkel bij overdracht van een perceel of na een aangetekend schrijven van OVAM.

U kan de volledige geluidsopname van dit agendapunt hier beluisteren.

2020 Februari | Interpellatie Stéphanie Van Campenhout i.v.m. rattenplaag

Via verschillende media konden we vernemen dat er de laatste weken frequent meldingen gedaan worden in verband met overlast door ratten

Graag zie ik hierbij de volgende vragen beantwoord:

  1. Hoeveel meldingen werden er inmiddels gedaan?
  2. Op de commissievergadering van januari stelde schepen Pets nog dat volgens de rattenvanger de situatie onder controle was. Is dit nog steeds het geval of is er sprake van een plaag?
  3. Wat is de oorzaak van deze overlast?
  4. Hoe zal de stad deze problematiek aanpakken?

Antwoord schepen Rik Pets (N-VA)

  1. 162 meldingen in 2019 voor ratten, 23 meldingen in januari 2020, 26 in februari 2020.
  2. De aantallen zijn niet van die aard om over een plaag te spreken. Vanaf dat het hinderlijk is, spreken we over een plaag. De zaak is volgens de schepen onder controle. Er zijn op dit moment minder ratten (de rattenvanger stelt vast dat er minder gif wordt opgegeten).
  3. De oorzaken: kapotte rioleringen, verkeerd composteren, sluikstorten…
  4. Aanpak van de stad: de rattenvanger heeft de 'lead': hij sensibiliseert en verdelgt. Daarnaast zijn heel wat oudere rioleringen toe aan vernieuwing.

Stéphanie suggereerde nog dat de vele bouwprojecten de druk op de leefomgeving van de beestjes vergroot (daarmee gepaard gaande hebben bv. heel wat mensen in de omgeving van de Pannenhuisstraat en de Mallekotstraat thans ook last van konijnen en fazanten in hun tuin). Dat ontkende de schepen echter.

U kan de volledige geluidsopname van dit agendapunt hier beluisteren.

2020 April | Interpellatie Stijn Coenen i.v.m. zonevreemde sportrecreatie: situatie Herakles Hockey Club

Ik kom graag - in opvolging van uw antwoord op onze eerdere schriftelijke vraag - terug op het dossier Zonevreemde Sportrecreatie en heel specifiek op de situatie van Herakles Hockey Club.

Ik wil langs deze weg graag de urgentie aankaarten om onze sportverenigingen het ruimtelijke kader te geven zodat zij hun ambities kunnen waarmaken. De problematiek rond zonevreemde sportrecreatie is al bijna twintig jaar oud. De enige stappen die gezet zijn, werden geïnitieerd vanuit de vrijwilligers in de Sportraad.

Ik blijf dan ook benieuwd welk scenario verkend wordt voor de situatie van Herakles Hockey Club. We vernemen dat in september 2019 daarover reeds gesprekken gevoerd werden tussen de club en enkele leden van het CBS.

Antwoord schepenen Ivo Andries & Walter Grootaers (Open VLD)

Het is de ambitie van het stadsbestuur om het gemeentelijk structuurplan op termijn te vervangen door de nieuwe planfiguur ‘ruimtelijk beleidsplan’. Met dit plan wil de stad samen met haar inwoners, maatschappelijke organisaties, private partijen duidelijk maken welk ruimtelijk beleid zij wil voeren tijdens de volgende jaren. Welke ambities mag en moet Lier koesteren? Welk is het beeld ‘Lier 2040’ dat wij voor ogen willen hebben?

In het kader van de raamovereenkomst tussen de stad Lier en OMGEVING werd aan OMGEVING opdracht gegeven om binnen de visievorming in dit ruimtelijk beleidsplan onderzoek te verrichten naar het toekomstperspectief voor de recreatieve voorzieningen in Lier. Deze liggen verspreid zowel in de open ruimte als binnen het bebouwd weefsel. Het gaat zowel over zone-eigen als zonevreemde voorzieningen. Dat onderzoek reikt bouwstenen aan voor het op te maken beleidsplan ruimte Lier en is de insteek voor de opmaak van een  RUP ‘Recreatieve Voorzieningen’. De opdracht werd toegewezen op 20 januari 2020 en loopt parallel met de onderzoeken ‘open ruimte en bedrijvigheid’, ‘stad en dorp’ en ‘ring en omgeving’. Dit onderzoek zal een negental maanden in beslag nemen, meer bepaald tot eind september 2020.

Het proces zal grosso modo in onderstaande stappen verlopen. Er worden tijdens de opmaak verschillende terugkoppelingsmomenten voorzien met het bestuur, betrokken diensten, Gecoro, Sportraad, Jeugdraad..., tevens met betrokken clubs en verenigingen en tot slot met burgers. Dit deel wordt in mei verder uitgewerkt, afhankelijk ook van de maatregelen die de veiligheidsraad verder treft. Daarover zullen we nog verder informeren.

Om kans te geven aan bureau OMGEVING om het onderzoek te voeren, is het voorbarig om vooruit te lopen op specifieke situaties of dossiers, zoals deze van de hockeyclub. Er kan wel meegegeven worden dat de specifieke ruimtelijke moeilijkheden van de huidige site van de Hockeyclub meespelen. Enerzijds de problematische bereikbaarheid en ontsluiting van de site, het knippen van de Hockeyweg, de sluiting van de nabij gelegen spoorwegovergang en de aanleg van de fietsostrade, anderzijds de ligging naast habitat- en VEN-gebied.

Dat het dossier enkel en dankzij de Sportraad werd geïnitieerd moet genuanceerd worden. Vanuit ruimtelijke planning werd gevraagd om het behoefte-onderzoek in de schoot van de sportraad te laten plaatsvinden. Dat is logisch want zij kennen immers hun sector en konden via advies de resultaten vanuit de bevraging ook het best duiden. Vanaf hier neemt bureau OMGEVING het ruimtelijk verhaal op en zij hebben deze opdracht toegewezen gekregen op 20 januari.

Stappen

  1. RUIMTELIJKE AFWEGING VAN BEHOEFTEN EN VERWACHTINGEN: De Sportraad voerde een enquête uit bij sportclubs en verenigingen. De resultaten ervan leveren waardevolle informatie op over de behoeften en verwachtingen die deze clubs en verenigingen hebben. In een eerste fase wordt uit de verkregen informatie de ruimtelijke elementen gefilterd en worden deze ruimtelijk geïnterpreteerd. De Sportdienst heeft deze informatie verzameld aan de hand van een enquête. Ze lieten de resultaten hiervan coördineren en adviseren door de sportraad. Diezelfde oefening loopt in de schoot van de dienst Jeugd en de Jeugdraad. Op basis van deze gegevens kan bureau OMGEVING hiermee aan de slag;
  2. INVENTARISATIE VAN DE RECREATIEVE VOORZIENINGEN: Op basis van de verkregen informatie wordt per recreatieve site een fiche opgemaakt;
  3. AANBOD VAN BESCHIKBARE RECREATIEVE GEBIEDEN (NIET AANGESNEDEN AANBOD): Naast het ruimtelijk interpreteren en afwegen van behoeften en verwachtingen wordt het beschikbaar aanbod aan recreatiegebieden in beeld gebracht. De informatie wordt in relatie gebracht met de andere lopende onderzoeken in kader van het beleidsplan;
  4. MATCH VAN VRAAG EN AANBOD: Enerzijds worden de behoeften en verwachtingen geanalyseerd maar anderzijds wordt het beschikbaar aanbod in kaart gebracht. Hieruit volgt een ruimtebalans die aangeeft of behoeften/verwachtingen al dan niet in evenwicht zijn;
  5. VISIEVORMING: Uit de lijst van behoeften en verwachtingen worden vanuit ruimtelijke efficiëntie gerichte keuzes gemaakt. De uiteindelijke bedoeling is om tot een eerste filtering van varianten te komen. Op basis van visualisaties zullen de consequenties van varianten in beeld worden gebracht;
  6. UITWERKING: De ontwikkelingsperspectieven per recreatieve site worden verduidelijkt en uitgewerkt;
  7. VERTALING NAAR HET OP TE MAKEN RUP: Het is de bedoeling dat de uitgewerkte ontwikkelingsperspectieven juridisch worden vertaald in een op te maken RUP ‘Recreatieve Voorzieningen’, voor zover deze afwijken van de heersende planologische context. Er wordt dan een overzicht gemaakt van welke krachtlijnen gelden voor het op te maken RUP. Op die manier wordt een opstart gegeven aan het RUP. Dit proces volgt aansluitend. Er vond overleg plaats met de hockeyclub, met de gemeente Boechout en de provincie Antwerpen, waar gesproken is over de mogelijke herlocatie van de club.

U kan de volledige geluidsopname van dit agendapunt hier beluisteren.

2020 Juni | Interpellatie Stéphanie Van Campenhout i.v.m. Fietsrapport Lier

U hebt samen met ons kennis genomen van het Fietsrapport. Stad Lier springt daar maar net met de hakken over de sloot met een beoordeling van 51,6%.

Als voornaamste werkpunten, waar de stad niet eens de helft van de punten haalt, noteerden we:

  • Comfortabel fietsen (2,2 op 5);
  • Veilig fietsen voor kinderen en ouderen (respectievelijk 2,2 en 2,3 op 5);
  • Inwoners weten waar ze met vragen en klachten terecht kunnen (2 op 5);
  • Het bestuur neemt gevaarlijke fietssituaties ernstig (2,3 op 5).

Voor het overige haalt de stad ook nergens meer dan 3 op 5, tenzij bij het luik ‘aangenaam fietsen, in een mooie omgeving…’; iets waar de stad echter niet meteen verdienste aan heeft.

Ik stel dan ook graag de volgende vragen:

  1. Hoe schat het College zelf deze matige score in?
  2. Is er een correlatie met het Fietsbeleidsplan van de Stad? Zit het plan nog op schema?
  3. Behoeft het Fietsbeleidsplan bijsturing op basis van dit rapport?

Antwoord schepen Bert Wollants (N-VA)

Het is zo dat het fietsrapport een aantal uitdagingen op vlak van fietsen opnieuw benadrukt. Dit fietsrapport is het eerste dat in deze zin is opgemaakt. In het verleden ging het steeds om een beoordeling van het fietsbeleid door de organisatie, nu gaat het om de reacties van individuele fietsers. We zien dat die verschillende aanpak bij andere gemeenten ook andere resultaten geven.

Er zijn ook een aantal zaken die soms wat moeilijker zijn te plaatsen en er zijn een aantal elementen waar we de voorbije tijd op hebben gewerkt, waar dat ook in de cijfers stilaan zichtbaar wordt. Ik loop er met u even door:

Comfortabel fietsen

Fietscomfort is in belangrijke mate gelinkt aan het nog steeds voorkomen van een heel pakket bolle kasseien in onze binnenstad. We kennen daar allemaal een aantal voorbeelden van. Bij heraanleg wordt dat natuurlijk opgelost, maar dat is een traject dat uiteraard tijd in beslag neemt. Bovendien zijn er straten die in het verleden zijn aangelegd nog heraangelegd met bolle kasseien. Ik geef de voorbeelden Florent Van Cauwenberghstraat die nog door de Provincie Antwerpen werd aangelegd en Kolveniersvest die ongeveer rond dezelfde periode werd aangelegd door de stad en geopende in december 2001. Vandaag zouden we dat wegdek niet meer kiezen.

Er zijn er ook te noemen waar we wel kijken naar een ander materiaal om aan te leggen. Denk aan Berlarij, denk aan Huibrechtstraat, denk aan Ros Beiaardstraat en sionsplein, … of straten waar we al andere keuzes maakten, zoals Spekkestraat.

Er blijft wel een uitdaging als het gerelateerd is aan erfgoedwaarden. Ik denk dan bijvoorbeeld aan Begijnhof en aan de boogbrug ter hoogte van de ouderijstraat. Ruime besprekingen met erfgoed hebben ons geleerd dat ook daar soms tegengestelde belangen zijn. Zowel voor begijnhof als die boogbrug wil erfgoed daar geen gezaagde kasseien zien verschijnen als wegdek op een paar uitzonderingen na.

Maar om eerlijk te zijn is ook gezaagde kassei op vlak van fietscomfort geen grote luxe. We kiezen daarvoor om een hoger comfort te kunnen aanbieden aan fietsers dan bolle kasseien, maar dit scoort nog steeds slechter dan bijvoorbeeld klinkers of asfalt. Aan de andere kant is dan de vraag of asfalt op elke plek een mogelijkheid is. We hebben het destijds bijvoorbeeld voor de Sint-Gummarusstraat ook eens theoretisch besproken, maar de vraag is of we mentaal klaar zijn voor een dergelijk wegbeeld in delen van ons historisch centrum. Het is een open vraag.

Mijn inziens zit ook op de vesten een belangrijke uitdaging. De inspanningen om de vesten te verlichten hebben door de jaren heen geen goede invloed gehad op de staat van dat wegdek. Er staat nu een project op stapel om dat aan te pakken.

Veilig fietsen voor kinderen en ouderen

Dit is een permanent aandachtspunt. Dit wordt altijd bekeken, niet alleen naar aanleiding van een rapport. Daarvoor worden bij heraanleg de voorschriften uit Vademecums gevolgd. Een traject is natuurlijk maar zo veilig als zijn zwakste schakel. Het fietsnetwerk beperkt zich niet tot de onmiddellijke omgeving van de bestemmingen (zoals scholen). De fietsroutekaart informeert hierover.

Voor een stuk kan de keuze voor fietsstraten en de fietszone die in voorbereiding is, hier wel aan tegemoet komen, maar het blijft uiteraard een bijzondere uitdaging. Hetzelfde geldt overigens voor de mogelijke herziening van de snelheidskaart waarover eveneens wordt gesproken en waar discussies over lopen. Ik heb op de commissie hier recent nog een paar keer over teruggekoppeld met de betrokken gemeenteraadsleden. Ook hier dus een proces dat al in gang is gezet.

Wat betreft meldingen en gevaarlijke fietssituaties, wat wel samen hangt, vond ik dat cijfer toch opvallend. De stad heeft de afgelopen jaren sterk ingezet op meldingen en klachten. We stellen vast dat mensen vrij eenvoudig de weg vinden naar onze meldingspagina’s e.d. maar dat staat in contrast met de score op dat vlak.  Dat is iets dat dus absoluut verder onderzoek vraagt.

Als je de overige scores rangschikt van hoog naar laag, komen na het aangenaam fietsen vier thema’s aan bod:

  • Stallen van fietsen
  • Onderhoud fietsinfrastructuur
  • Aangeven fietsroutes
  • Aandacht voor kruispunten

Dat zijn nu net de thema’s die in ons fietsbeleidsplan ook een prominente rol innemen. Op dat vlak is het aangewezen om de procedure uit het fietsbeleidsplan qua evaluatie te volgen en samen met de mobiliteitsraad ook de evaluatie te laten maken. Op die manier kan nagegaan worden of de prioriteiten op een aantal van die vlakken de juiste blijven en of er andere zaken moeten gebeuren. Bijvoorbeeld het luik rond meldingen over fietsinfrastructuur is daar bijvoorbeeld nooit meegenomen omdat het aanvoelen uit de meldingen nu net was dat mensen die weg tamelijk makkelijk vinden.

Algemene evaluatie is absoluut dat we niet tevreden mogen zijn met deze score en dat we hoger mikken. Er zitten een heel aantal projecten in de pijplijn op dat vlak zowel qua infrastructuur als op vlak van breder fietsbeleid daar moeten we verder mee gaan.

Ik denk dat fietsbeleid op dat vlak veel gemeen heeft met het fietsen zelf. Je geraakt maar ergens wanneer je blijft trappen en soms moet je een hele tijd trappen voor de bestemming in zicht komt. Stoppen met trappen omdat je nog niet bent waar je zijn moet, zorgt er eerst en vooral voor dat je er nooit zal geraken en minstens even belangrijk is dat je wellicht pijnlijk over het asfalt wordt uitgesmeerd. Blijven trappen dus en misschien best zelfs in een hogere versnelling.

U kan de volledige geluidsopname van dit agendapunt hier beluisteren.

2020 Juni | Interpellatie Stijn Coenen i.v.m. inzet 'Coronamiddelen' Vlaamse overheid voor jeugd, sport en cultuur

Vandaag, 2 juni 2020, vernamen wij dat de Vlaamse overheid 87,3 miljoen Euro vrijmaakt om via de lokale besturen de jeugd-, sport- en cultuurwerking te ondersteunen.

Lokale besturen vormen voor CD&V de frontlinie in de ondersteuning van lokale cultuur-, jeugd- en sportactiviteiten. Steden en gemeenten kunnen zo een eigen invulling geven aan de belangrijke heropleving van de vrijetijdsbeleving.

De stad Lier ontvangt hiervan 575.000 euro om jeugd, sport en cultuur lokaal te ondersteunen na Corona. Al twee maanden vragen we in de gemeenteraad aan het stadsbestuur om na te gaan wat de noden van onze clubs en verenigingen zijn. Tot nu oordeelde het bestuur dat dit niet nodig was.

Graag had ik een antwoord gekregen op volgende vragen:

  • Gaat het CBS nu wel proberen zicht te krijgen op de situatie van de Lierse verenigingen?
  • Op welke manier zal de stad deze middelen inzetten om het vrijetijdsleven in de stad te doen heropleven?

Antwoord schepenen Rik Verwaest (N-VA) en Ivo Andries (Open VLD)

Wij zijn op 2 juni verrast, weliswaar zeer blij verrast, met de boodschap van de Vlaamse Regering dat Lier mocht rekenen op de kloeke som van € 575.391,42 die we op basis van de Gemeentefondsverdeelsleutel ontvingen. Met uiteraard de strikte opdracht dit naar eigen inzichten te verdelen onder de jeugd-, sport- en cultuurverenigingen, om hen zo goed als mogelijk te compenseren voor de verliezen die zij leden tengevolge van de Corona-crisis.

Met een werkgroep van het departement Uit, waarbinnen jeugd, sport en cultuur gekoepeld zijn, collega Andries, de burgemeester en ikzelf hebben we dan naarstig gewerkt aan een billijke en doeltreffende verdeelsleutel van deze middelen. Ons voornemen was om zo snel mogelijk duidelijkheid te verschaffen. Aangezien de werking van de adviesraden nog ernstig verstoord is en met de zomervakantie voor de deur was een participatietraject hierover niet aan de orde.

Alle 210 erkende Lierse en Hooiktse verenigingen uit jeugd, sport, (socio-)cultuur en sociale zaken krijgen via een eerste steunpijler hun werkingssubsidie uit 2019 nogmaals uitgekeerd. Zo wordt 179.650 euro verdeeld. Daarbovenop ontvangen zij allemaal een forfaitair steunbedrag van 500 euro, goed voor 105.000 euro in totaal. Al deze sectoren beschikten over uitgebalanceerde verdeelsleutels voor hun bestaande subsidies, die resultaat zijn van ruime sectorale consensus. Het leek ons dus niet aangewezen om daar opeens nog aanvullende of afwijkende verdeelsleutels aan toe te voegen.

Verenigingen uit deze groep die menen dat dit bedrag hun verlies niet dekt kunnen een beroep doen op de tweede steunpijler. Hierbij moeten ze hun werkelijke verliezen bewijzen. Alle winst uit publieksactiviteiten (fuif, eetfestijn, quiz…) tussen 13 maart en 31 augustus 2020 die door de coronamaatregelen niet konden doorgaan, komt hiervoor in aanmerking. Zij dienen hiervoor een dossier in met voldoende bewijsstukken. Er kan via deze weg per aanvrager maximaal 5000 euro worden uitbetaald. Het totale terugbetalingspercentage hangt af van de hoeveelheid aanvragen. Opgelet: wie kiest voor de tweede pijler kan uiteraard niet het steunbedrag van de eerste pijler ook aanvragen.

De tweede steunpijler staat ook open voor andere lokale verenigingen zonder commercieel doel die niet in aanmerking komen voor de eerste pijler, maar die publieksactiviteiten op het Lierse grondgebied moesten afgelasten.

Wat ons betreft biedt deze regeling een vlotte oplossing voor verenigingen met beperkte Coronahinder. Zonder veel papierwinkel krijgen ze een bescheiden compensatie via de eerste pijler. Zwaarder getroffen verenigingen zullen een iets grotere inspanning moeten doen met de opmaak van een schadedossier, maar hierdoor ook een toereikende compensatie ontvangen. Vergelijk het gerust met een belastingaangifte: je kan kiezen voor het forfaitair bedrag, of als het de moeite is bewijs je je effectieve onkosten.

Door deze opdeling houden we de administratieve last voor verenigingen én diensten beperkt, krijgt iedereen een redelijk deel van de koek en worden de zwaarst getroffen organisaties passend geholpen.

U kan de volledige geluidsopname van dit agendapunt hier beluisteren.

2020 September | Interpellatie Stijn Coenen i.v.m. fietsen in Lier

Afgelopen weken konden we in verschillende artikels in de pers lezen dat een aantal beslissingen werden genomen in functie van het fietsbeleid in onze stad:

We hadden graag zicht gekregen op de verdere implementatie van deze initiatieven (timing, follow-up...).

2020 September | Interpellatie Evi Van Camp i.v.m. maaien van de bermen

Ook dit jaar moesten we spijtig genoeg vaststellen dat het maaien van de bermen zeer laat en zeer slordig is gebeurd op sommige plaatsen. Distels, sint–jacobskruiskruid... kregen zo voldoende tijd om opnieuw zaden te verspreiden. Deze onkruiden zijn zeer nadelig en zelfs giftig voor de dieren. Daarenboven leidt dit ook soms tot zeer gevaarlijks situaties vooral voor onze zwakkere weggebruikers.

Blijkbaar waren er opnieuw wat problemen met de machines waardoor een goed beheer toch minder vlot verloopt dan gehoopt. Ook het bermbeheerplan dat we mochten ontvangen, was enkel een opsomming van een aantal straten… In omliggende gemeenten werd er een heel waardevol bermenplan opgemaakt i.s.m. de provincie. Dit resulteerde in kaartjes met verschillende kleurencodes waardoor het heel overzichtelijk is waar er gemaaid moet worden en wanneer er gemaaid moet worden. Het uitschrijven van een bestek is op basis van dit document ook heel makkelijk en overzichtelijk.

Ik had daarom graag geweten:

  • Waarom wordt er niet gekeken om het maaien van de bermen uit te besteden naar een externe partner (kosten-batenanalyse?)?
  • Kunnen landbouwers of andere aannemers hier geen rol in opnemen?
  • In welke mate werd/worden de mensen van de polder nog betrokken? In het verleden leverden zij immers een zeer waardevolle bijdrage in het onderhoud van de bermen.
  • Hoe zal men in de toekomst vermijden dat nadelige zaden zich kunnen verspreiden en vermenigvuldigen?

Welkom bij CD&V. Onze websites maken gebruik van cookies om jouw gebruikservaring te optimaliseren. Lees onze Cookies Policy voor meer informatie. Ons cookiebeleid en deze voorkeuren gelden voor alle CD&V-websites. Door op 'Akkoord' te klikken, ga je akkoord met de geselecteerde cookies.